Hallo,
helaas wilde de overheid mij niet vertellen hoe het met elektriciteit zit. Een mevrouw van de mededingingsautoriteit weigerde tot ruzie toe aan de beantwoording van mijn vraag over de aansluitingsplicht mee te werken.
Ik heb wel de volgende verplichting voor netbeheerders gevonden in de elektriciteitswet 1998:
(De verplichting voor netbeheerders is een andere dan die van het bedrijf (kan het zelfde zijn) waarmee je het contract voor de levering overeen moet komen.
Helaas is de verplichting minder klip en klaar dan in de Waterleidingwet vervat. Hopelijk kunnen we meer informatie vinden. Ik weet nog van de rechtswinkel dat er in de praktijk een verband is tussen de winter en de mogelijkheid tot het afsluiten van mensen. Volledige tekst van de wet:
http://www.krakendrotterdam.org/doc/Ele ... -11-05.rtf
Citaat:
Artikel 24
1.
De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren tegen een tarief en tegen andere voorwaarden die in overeenstemming zijn met de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk.
2.
De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover de netbeheerder voor het gevraagde transport redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft. Een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de vorige volzin is met redenen omkleed. De netbeheerder verschaft degene aan wie transport is geweigerd desgevraagd en ten hoogste tegen kostprijs de relevante gegevens over de maatregelen die nodig zijn om het net te versterken.
3.
De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt.
------------------------------------------------
zie ook: § 2. Taken en verplichtingen van de netbeheerder
Artikel 16
1.
De netbeheerder heeft in het kader van het beheer van de netten in het voor hem krachtens artikel 36 vastgestelde gebied tot taak:
a.
de door hem beheerde netten in werking te hebben en te onderhouden;
b.
de veiligheid en betrouwbaarheid van de netten en van het transport van elektriciteit over de netten op de meest doelmatige wijze te waarborgen;
c.
de netten aan te leggen, te herstellen, te vernieuwen of uit te breiden, waarbij in overweging worden genomen maatregelen op het gebied van duurzame elektriciteit, energiebesparing en vraagsturing of decentrale elektriciteitsproductie waardoor de noodzaak van vervanging of vergroting van de productiecapaciteit ondervangen kan worden;
d.
voldoende reservecapaciteit voor het transport van elektriciteit aan te houden;
e.
op de grondslag van artikel 23 derden te voorzien van een aansluiting op de netten en hun desgevraagd een meter ter beschikking te stellen;
f.
op de grondslag van artikel 24 ten behoeve van derden transport van elektriciteit uit te voeren;
g.
het bevorderen van de veiligheid bij het gebruik van toestellen en installaties die elektriciteit verbruiken;
h.
op verzoek van een producent vast te stellen of diens productie-installatie geschikt is voor de opwekking van duurzame elektriciteit dan wel of sprake is van een installatie voor warmtekrachtkoppeling met een bij ministeriële regeling vast te stellen mate van reductie van de uitstoot van kooldioxide, alsmede of de meetinrichting geschikt is voor de meting van de elektriciteit die met de productie-installatie wordt opgewekt en op een net of een installatie ingevoed;
i.
de hoeveelheid elektriciteit te meten die afkomstig is van een productie-installatie voor duurzame elektriciteit of klimaatneutrale elektriciteit of van een installatie voor warmtekrachtkoppeling;
j.
koppelingen met andere netten te realiseren en reparaties aan zijn net uit te voeren;
k.
onverminderd de artikelen 19 en 79, op een geschikte wijze gegevens te publiceren over koppelingen tussen de netten, gebruik van de netten en de toewijzing van transportcapaciteit;
l.
afnemers alle gegevens te verstrekken die zij voor een efficiënte toegang tot het net nodig hebben;
m.
voorzieningen te treffen in geval van een faillissement van een leverancier van elektriciteit aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid.
2.
In aanvulling op de taken, bedoeld in het eerste lid, heeft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet tevens tot taak:
a.
technische voorzieningen te treffen en systeemdiensten uit te voeren die nodig zijn om het transport van elektriciteit over alle netten op een veilige en doelmatige wijze te waarborgen;
b.
mede ten behoeve van de andere netbeheerders de technische voorzieningen en systeemdiensten, bedoeld onder a, te benutten;
c.
op de grondslag van paragraaf 7 van dit hoofdstuk ten behoeve van derden transport van elektriciteit uit te voeren met behulp van het landelijk hoogspanningsnet, voor de uitvoer van die elektriciteit vanuit Nederland naar een afnemer of leverancier in het buitenland, dan wel voor de invoer van die elektriciteit vanuit het buitenland naar een afnemer of leverancier in Nederland;
d.
voorzieningen te treffen in verband met de leveringszekerheid;
e.
de milieukwaliteit van de elektriciteitsvoorziening te bevorderen;
f.
indien Onze Minister hem dit opdraagt, werkzaamheden te verrichten ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4a;
g.
andere netbeheerders de gegevens te verschaffen die nodig zijn om een betrouwbare en efficiënte werking, alsmede de samenhangende ontwikkeling en interoperabiliteit, van de netten te waarborgen.
3.
Het is anderen dan de desbetreffende netbeheerder verboden een taak uit te voeren als bedoeld in het eerste of tweede lid, behoudens voor zover het betreft het realiseren van de aansluiting van een afnemer als bedoeld in artikel 16c, het aanleggen van een landsgrensoverschrijdend net als bedoeld in het zesde lid of het aanleggen, beheren en onderhouden van een net als bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, 16a of 16b, dan wel ter uitvoering van een procedure als bedoeld in artikel 20, derde lid.
4.
Producenten, leveranciers, handelaren, aandeelhouders en met de netbeheerder verbonden groepsmaatschappijen als bedoeld in artikel 24b Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek onthouden zich van iedere bemoeiing met de uitvoering van de taken die op grond van het eerste of tweede lid aan een netbeheerder zijn opgedragen.
5.
Onder behoud van de verantwoordelijkheid van de desbetreffende netbeheerder voor de volledige en juiste uitvoering van zijn taak, kunnen de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, en de werkzaamheden bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, worden verricht door iemand die niet als netbeheerder is aangewezen.
6.
Indien een ander dan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een landsgrensoverschrijdend net heeft aangelegd, heeft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet tot taak dat net te beheren met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet. Indien een ander dan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een recht van gebruik heeft van een net dat op grond van artikel 10, eerste lid, behoort tot het landelijk hoogspanningsnet, is hij verplicht aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet alle medewerking te verlenen opdat deze zijn taken op grond van het eerste en tweede lid kan uitvoeren.
7.
Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet energie inkoopt ter uitvoering van zijn wettelijke taken, doet hij dit op basis van een transparante, niet-discriminatoire en marktconforme procedure.
8.
Een besluit als bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
9.
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel m. Deze regels hebben mede betrekking op de wijze waarop enerzijds de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en anderzijds de producenten, leveranciers, handelaren en afnemers zich jegens elkaar gedragen in verband met de uitvoering van de taak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d.
10.
De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit brengt advies uit over het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het negende lid. De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.